Water II : college 1 Introductie

Overzicht colleges / lessen
Online documenten waar in dit college naar verwezen wordt:

Opzet van de cursus Water II
Intro kringloop
 Waterbalans
 Neerslag en verdamping in Nederland: Algemeen
 Eisen volgens nationaal bestuursakkoord water en neersalghoeveelheden
 Verdeling neerslag
STOWA_neerslag_distributies
Opdrachten .
Lesopdrachten en Dag-opdracht zijn gecombineerd
Gebied voor opdracht is Ulicoten Noord.

kaart_gekleurd

Bestanden, over projectgebied

Het actuele waterbeheersplan 2016-2025 van waterschap Brabantse Delta.
Daarin relevante info voor meerdere lessen.
Bijlage kaarten:
Opdracht beleid

Voor het maken van de dag-opdrachten zijn de volgende websites nuttig.

Beleid

Website voor bepalen oppervlakte en bepalen hoogteprofiel

Van het toegewezen gebied:

  1. Wat is het oppervlak van het gebied?
  2. Wat is het hoogste en laagste punt in m tov NAP
  3. Welke bodemtypes zijn aanwezig in gebied?
  4. Wat betekent watertrap?
  5. Welke watertrappen zijn van toepassing voor het gebied?
  6. Wat betekent GGOR?
  7. Welke eisen vanuit GGOR zijn voor toepassing voor je gebied?
  8. Wie is er verantwoordelijk voor uitvoering van GGOR?
  9. Wat zijn de eisen vanuit het Nationaal Bestuursakkoord water voor het gebied?
  10. Wat betekent streefbeeld?
  11. Welke streefbeelden zijn van toepassing voor het gebied?
  12. Wat betekent KRW?
  13. Welke eisen worden vanuit het KRW aan het gebied gesteld?
Opdracht waterbalans.

Uitgangspunten:

  • Voor aanvang van de bui staat het grondwater en water in de watergangen op 1,2 m beneden maaiveld.
  • 1% van het gebied bestaat uit open water. Voor de berekeningen nemen we aan dat het talud verticaal is.
  • We nemen even aan dat het gebied redelijk vlak is. (dit is natuurlijk niet waar, maar we versimpelen even)
  • De bergingscoëfficiënt is 0,20. In één m3 grond kan 0,2 m3 water opgeslagen worden.
  • We nemen aan dat het regenwater direct de bodem en/of watergang instroomt.
  • De toegestane afvoer uit het gebied is 15 mm/dag. We nemen even aan dat een gemaal het water uit het gebied pompt.
  • Er is geen invoer of afvoer uit het gebied door kwel.
  • Er is geen invoer vanuit een ander gebied (b.v. door gemaal)
  • Het gemaal beging 4 uur na aanvang van de buit te pompen.
  • Er stroomt geen water uit aanliggende gebieden het gebied in.
  • Voor de neerslag nemen je een bui uit de excel file. Kies één van de aangegeven distributieschema’s. De andere kan je verwijderen.

Opdracht.

  • maak eerst een schets van een doorsnede van een watergang en aanliggend maaiveld. Geef daarin de grondwaterstand en oppervlaktewaterstand aan voor aanvang van de bui.

Voor jullie gebiedje gaan jullie per uur een waterbalans opstellen. Hiervoor gebruiken jullie de excel file. Per uur (één regel in excel) kan je opnemen:

  • hoeveel water (m3), ieder uur, via neerslag in het gebied stroomt
  • hoeveel water (m3), ieder uur, er afgevoerd mag worden.
  • en dus hoeveel water (m3), ieder uur in het gebied geborgen mag worden. In bodem en in watergang.
  • en dus hoeveel grondwater en oppervlaktewater, ieder uur, in het gebied zal stijgen (of dalen?)

Op basis van bovenstaande kunnen jullie gedurende de neerslag het verloop van de grondwaterstand en oppervlaktewaterstand gedurende de neerslag berekenen.

Vragen

  1. Zal er inundatie (overstroming) optreden tijdens de neerslag?
  2. Wat zou het effect van de hoogteverschillen in het maaiveld op de berging zijn?
  3. We hebben aangenomen dat de neerslag direct in de bodem of sloot stroomt. Is dit in werkelijkheid ook zo? We zal het effect van deze versimpeling op de waterstanden tijdens de neerslag zijn?
  4. Stel dat er onvoldoende berging is. Welke aanpassingen kan je bedenken om meer berging te creëren
Share Button

Leave a Reply

Your email address will not be published.

*

Time limit is exhausted. Please reload CAPTCHA.

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.